Het begon in The Bronx
Hoe een laatje met stropdassen uitgroeide tot een Amerikaans stijl-imperiumHet begon in The Bronx
Hoe een laatje met stropdassen uitgroeide tot een Amerikaans stijl-imperium
we woonden in The Bronx in een appartement met één slaapkamer en een keuken in de woonkamer en – dit is geen grap – een treinstation recht boven ons. 's Nachts hoorden we de verhoogde spoorweg – de Bronx El. Het was net als in de film Barefoot in the Park. We prikten foto's die we uit tijdschriften hadden gescheurd op een inspiratiebord. We kochten regisseursstoelen. Oranje. Feloranje. Canvas. In de Lower East Side kochten we antiek bont en drapeerden dat op het bed. Iedereen creëert een leven om zich heen, en dat is precies wat we aan het doen waren. We droomden, droomden over morgen.
Het begon allemaal met stropdassen – en ik noemde ze Polo. Destijds, we schrijven 1967, had ik het idee dat er geen enkele stropdas op de markt was zoals ik 'm voor me zag. Mijn stropdas was breed in een tijd dat mannen smalle stropdassen droegen, net als nu. Ik ging op zoek naar ongebruikelijke stoffen, zodat ze een unieke uitstraling zouden hebben. Mannen vonden ze geweldig. Ze waren niet aan te slepen.
Ik werkte vanuit een kantoor met één kamer in het Empire State Building. Ik bewaarde alle stropdassen in een la, in één kleine la. Ricky, haar vader en moeder naaiden de labels erop en ik verkocht ze aan winkels. Ik bracht de bestellingen zelf rond in een oud bomberjack en jeans. Met mijn tas vol stropdassen verplaatste ik me met behulp van taxi's, tot ik een eigen auto kon veroorloven: een vintage Morgan, waarin ik mijn bezorgrondes reed met de kap omlaag.
Destijds droegen mannen van alle leeftijden stropdassen, maar ze waren gewend dat de dassen smal waren. Ik vond dat de wereld klaar was voor verandering en ik had een visie van hoe ik eruit wilde zien – en de dingen die ik nergens kon vinden. Ik wilde een brede stropdas, dus die maakte ik. Brede stropdassen waren niet per se iets nieuws. Maar de onverwachte stoffen waarvan ze gemaakt waren, waren wel nieuw: patronen, klassieke repp-strepen en prints. Vervolgens had ik een overhemd nodig dat voor een brede stropdas was ontworpen. Ik wilde ook dat dat overhemd een gespreide kraag zou hebben.
De winkels vonden de stropdassen geweldig en wilden meer. Ze vroegen me: “Wat heb je nog meer te bieden?” Ik zei dat ik overhemden en kostuums kon maken. De revers van een colbert en kostuum moesten ook matchen met de breedte van mijn stropdassen. Het was bescheiden, maar het was desalniettemin een verandering – en de wereld was er klaar voor. Polo werd een item. Het werd de Polo-stropdas, de Polo-look. Op een hele eenvoudige manier bracht ik een verandering in herenkleding teweeg. En toen zei ik dat ik dacht dat ik ook wel dameskleding, kinderkleding en interieuritems kon ontwerpen. Elk nieuw ding was een evolutie die voortkwam uit dat ene wereldje – een evolutie die begon met de brede stropdas.
Ik kan me er nog steeds over verbazen. Ik was gewoon maar een knul uit The Bronx met een droom over hoe ik de wereld voor me zag. Ik maakte dingen die ik zelf geweldig vond en, zoals is gebleken, vonden andere mensen dat ook.




