De authentieke en tijdloze wereld van Ralph Lauren

Het bos in

Een schrijver die er in zijn eentje op uit trekt in het Catskillgebergte

Rij naar Beaverkill Valley op een zonnige dag in juni en je hart maakt een sprongetje. Mijn hartslag versnelde bij elke glimp die ik opving van een forelstroom in de schaduw van de scheerling en prachtige boerderijen in dit elegante deel van de Catskills. Of het nu vakantiehuizen uit de Victoriaanse tijd zijn of feilloze reproducties ervan, de huizen hier zijn allemaal wit met groene kozijnen en een veranda om het hele huis heen, die perfect is (in normale tijden in elk geval) om met een groep vrienden bij elkaar te komen voor gin-tonics.

Maar zoals we allemaal wel weten, zijn dit geen normale tijden. En dus trok ik met een heel ander plan in mijn hoofd naar dit prachtige deel van het Catskillgebergte in de staat New York. Ik was toe aan een dosis eenzaamheid en eenvoud, een kans om mijn hoofd leeg te maken, maar ook om een uitdaging aan te gaan die me niet werd opgelegd door de verbijsterende staat van de wereld maar door mezelf. In mijn eentje overnachten in de bossen, iets wat ik nog nooit had gedaan, leek daarvoor ideaal.

Ik had verwacht dat mijn vrouw, die al sinds halverwege maart elke dag en nacht mijn social-distancing partner was, mijn plan aarzelend zou goedkeuren. Maar ze juichte het van harte toe. Blijkbaar was ik niet de enige die wel toe was aan wat tijd voor zichzelf.

Mijn mobiele bereik viel al weg toen ik nog maar 15 minuten had gereden (en ik moest een uur). De verharde weg naar de Beaverkill Valley ging over in een zandweg en we reden langs de suggestieve poorten van een Zen-klooster. Mijn vrouw zette me af bij het begin van de wandelroute en liet me achter om alleen op pad te gaan over een vlak pad langs een meer, langs campings waarvan ik vooraf al had besloten dat die niet afgelegen genoeg waren voor mijn doel. Ik liep stevig door, met alleen een slaapzak en verder weinig andere bepakking. De weersvoorspellingen waren goed en er was in elk geval één zogenaamde 'lean-to' onderweg (wandeljargon voor een primitieve schuilplaats met drie wanden).

Ik klom een aantal kilometers langs een rotsachtige beek tot ik bij het begin van de Beaver Meadow kwam, waar ik van plan was te overnachten. Helaas kwam ik er daar achter dat de prachtig gelegen lean-to al was ingenomen door een stel bier drinkende kerels. Ik liep door, onzeker over waar ik nu zou overnachten: een zoveelste onzekerheid in een periode vol onzekerheden.

Ik klom een aantal kilometers langs een rotsachtige beek tot ik bij het begin van de Beaver Meadow kwam, waar ik van plan was te overnachten. Helaas kwam ik er daar achter dat de prachtig gelegen lean-to al was ingenomen door een stel bier drinkende kerels. Ik liep door, onzeker over waar ik nu zou overnachten: een zoveelste onzekerheid in een periode vol onzekerheden.

Het terrein liep weer omhoog. Vrolijke viooltjes en witte klaverzuring omringden het pad en ik zag een stel rotsen die zo vlak en door mos overgroeid waren, dat het net zo goed meubels hadden kunnen zijn. Het zou bijna donker zijn tegen de tijd dat ik de volgende schuilplaats zou bereiken, dus verliet ik het pad en vond ik uiteindelijk een lege en vlakke plek tussen de varens. Het was niets bijzonders, afgezien van de aantrekkelijke mogelijkheid dat er nog nooit eerder iemand in dit specifieke deel van het bos had gekampeerd.

Ik blies mijn slaapmatje op, trok een fleecejack aan en kookte water voor mijn zak gevriesdroogde chili, het enige eetbare dat ik had meegenomen. Ik bouwde met takken een vuurtje, niet omdat het nodig was, maar omdat er maar weinig dingen zo veel aandacht vergen als het in stand houden van een vuurtje. Het viel me op dat elzenbladeren, van onderaf bekeken, net groene molentjes leken. Ik luisterde naar het buitenaards aandoende metaalachtige gekwinkeleer van een onzichtbare vogel (een geluid dat zo bijzonder was dat ik het met mijn telefoon heb opgenomen), tegen een achtergrond van bergwind. Terwijl de zon onderging, kroop ik in mijn slaapzak.

Ik zou liegen als ik zei dat ik heerlijk had geslapen. De grond helde en de lucht was koud op mijn gezicht. De enige manier om lekker warm te blijven, was om met mijn hoofd in mijn slaapzak te duiken. Afgezien van de verontrustende realiteit van hoe open en bloot ik daar lag: overal om me heen pikdonker bos en helemaal niemand binnen schreeuwafstand. Urenlang worstelde ik om in slaap te komen. Uiteindelijk lukte het.

Net na 05.00 uur werd ik wakker en zag ik hoe de zon haar mango-oranjekleurige stralen in het bos liet schijnen. Goedemorgen! Nog wankel van de vermoeidheid maar tegelijkertijd opgewonden, keerde ik terug naar de route. De tweede helft van de wandeling vond ik nog mooier: het ritme van bergrug en dal, het stuk met donkere groenblijvende bomen en de volledige afwezigheid van andere wandelaars. Ik herinnerde me de bevende onrust die ik de avond ervoor had gevoeld, toen die eenzaamheid veel moeilijker was geweest om van te genieten. Maar ik was ook trots dat ik had volgehouden. De laatste paar maanden hadden me ervan doordrongen hoe druk bevolkt de planeet is - een alarmerende gedachte. Nooit eerder voelde het ontsnappen aan de drukte als zo'n opluchting, de geluiden van de niet-menselijke wereld zo levendig.

Rond 09.00 uur reed ik de bergen weer uit in de auto die we een dag eerder voor mij hadden achtergelaten. Ik had ongeveer 13 km afgelegd, dacht ik, verkennende omwegen meegerekend. Boven een kop zwarte koffie vertelde ik mijn vrouw over het kleine plekje dat ik voor mezelf had vrijgemaakt in de vele duizenden vierkante meters wildernis, in een wereld die op zijn kop stond. We voelden ons allebei beter dan ooit bij de beslissing die we een paar weken eerder hadden genomen: om permanent naar de Catskills te verhuizen, waar we die wildernis konden opzoeken wanneer we maar wilden.

Toen ik weer achter mijn laptop zat, was het eerste wat ik deed het identificeren van die zangvogel in de schemering - de heremietlijster, de enige vogel met een tweede strottenhoofd. In een opsomming van vogels in het Catskillgebergte beschreef de 19e-eeuwse naturalist John Burroughs de roep van deze vogel als het geluid van 'spirituele sereniteit'. Ik raad je aan om de roep van deze vogel eindeloos af te spelen, of je het nou via YouTube doet of het geluk hebt om hem live te kunnen horen.

Darrell Hartman is een freelance schrijver uit New York. Hij is redacteur bij en mede-oprichter van de website Jungles in Paris.
  • FOTO'S VAN PETER CROSBY