De authentieke en tijdloze wereld van Ralph Lauren
mei 2026
RL/Mensen

De zomer van de Ice Maiden

Vijftig jaar nadat ze in hetzelfde jaar zowel Wimbledon als de US Open won, blikt Chris Evert terug én vooruit.
Haar tegenstanders noemden Chris Evert de Ice Maiden. John McEnroe formuleert het nog krachtiger: “Ze was een sluipschutter.” En de statistieken over haar profcarrière van zeventien jaar spreken boekdelen: haar winstpercentage van .900 (1.309 overwinningen, 146 nederlagen) staat nog altijd te boek als WTA Tour-record, bij vrouwen én mannen. Dertien jaar op rij veroverde ze minstens één Grand Slam-titel in het enkelspel – een prestatie die Jack Nicklaus ooit 'het grootste record in de sport' noemde. En op gravel won ze 125 wedstrijden op rij, bijna zes jaar aan een stuk, zonder een enkele nederlaag te lijden. En dan is er nog dit hoogtepunt: vijftig jaar geleden (deze zomer) werd Evert de tweede vrouw in het Open-tijdperk – na Billie Jean King – die zowel Wimbledon als de US Open in hetzelfde jaar won. Een uitzonderlijke dubbel, zeker als u bedenkt dat Evert weliswaar op gravel heerste, maar dat het gras van Centre Court haar van tijd tot tijd parten kon spelen.
Haar tegenstanders noemden Chris Evert de Ice Maiden. John McEnroe formuleert het nog krachtiger: “Ze was een sluipschutter.” En de statistieken over haar profcarrière van zeventien jaar spreken boekdelen: haar winstpercentage van .900 (1.309 overwinningen, 146 nederlagen) staat nog altijd te boek als WTA Tour-record, bij vrouwen én mannen. Dertien jaar op rij veroverde ze minstens één Grand Slam-titel in het enkelspel – een prestatie die Jack Nicklaus ooit 'het grootste record in de sport' noemde. En op gravel won ze 125 wedstrijden op rij, bijna zes jaar aan een stuk, zonder een enkele nederlaag te lijden. En dan is er nog dit hoogtepunt: vijftig jaar geleden (deze zomer) werd Evert de tweede vrouw in het Open-tijdperk – na Billie Jean King – die zowel Wimbledon als de US Open in hetzelfde jaar won. Een uitzonderlijke dubbel, zeker als u bedenkt dat Evert weliswaar op gravel heerste, maar dat het gras van Centre Court haar van tijd tot tijd parten kon spelen. Die finale op 2 juli 1976 was legendarisch. Evert, toen 21 jaar en de nummer één van de wereld, trof Evonne Goolagong, die niet alleen op het gras was grootgebracht, maar bovendien op een reeks van 26 opeenvolgende overwinningen stond. Nadat ze beiden een set hadden gewonnen, nam Goolagong een 2-0 voorsprong in de derde set. Dat was het moment waarop Evert – die zelden haar basislijn verliet – tactisch omschakelde en naar het net begon te komen. Haar gerichte strategie pakte goed uit. De derde set liep uit tot veertien games, en bij een stand van 7-6 sloeg Evert met een van haar kenmerkende dubbelhandige backhands de bal over het net om de wedstrijd naar zich toe te trekken. Op dat moment deed de Ice Maiden iets wat ze eigenlijk nooit deed: ze gooide haar racket in de lucht en begon te huilen. Twee maanden later, bij de US Open-finale, stond Evert opnieuw tegenover Goolagong – maar dit keer op de ondergrond waarop ze overheerste: gravel. (De US Open schakelde pas in 1977 over naar hardcourt.) Anders dan op Wimbledon liet Evert geen ruimte voor twijfel. Op het gravel van Forest Hills – haar ondergrond, haar regels – was er geen drama, geen strijd met de zenuwen. Dit was de meest meedogenloze versie van Evert: 6-0, 6-3. Die twee achtereenvolgende Grand Slams waren de kers op de taart van haar magische zomer van 1976. Onlangs spraken we met haar op Wimbledon over haar actieve carrière en waar ze nu in haar leven staat.

Je hebt vaak op Wimbledon gestaan. Wat gaat er door je hoofd als je hier terugkomt?

Dit is hét Grand Slam-toernooi waar ik nooit genoeg van krijg. Het is hét toernooi dat groter is dan de spelers zelf. En ik voel me er een beetje schuldig over als ik dat zeg – als Amerikaan die dol is op de US Open! Maar dit is volgens mij bij uitstek het toernooi dat iedere speler wil winnen. En als het lukt, voel je je alsof je de hele wereld aan kunt. Alsof je onaantastbaar bent. Ik krijg er nog steeds kippenvel van.

Heb je wel eens zo'n moment, zittend op de tribune of in de commentaarbox, terwijl je naar een speler kijkt die het moeilijk heeft, dat je denkt: laat mij maar het veld op gaan, ik weet hoe het moet, ik zou deze pot kunnen winnen?

Als commentator is het mijn taak om te analyseren en te bespreken wat een speler moet doen om te winnen. Bij tennis draait alles om het oplossen van problemen op de baan, en daar lag geloof ik mijn kracht. Ik was geen één meter tachtig met enorme spieren en een mokerslag van een groundstroke. Mijn spel draaide om consistentie, betrouwbaarheid en stabiliteit. En mentaal kon ik goed met de druk omgaan. En dat is nou precies het punt: het is echt een mentaal spel. Soms, als ik naar de spelers kijk en ze hun spel niet aanpassen, terwijl ik denk dat ze iets zouden moeten veranderen, vraag ik me af waarom ze dat zelf, op het veld, niet zien.

Je was een ontzettend gedreven, competitieve speelster. Waar kwam die mindset vandaan?

Dat had ik van nature. Ik had een heel helder beeld van mijn eigen spel: ik was me bewust van mijn sterke en zwakke punten. Ik probeerde de sterke punten te optimaliseren en m'n zwakkere punten te minimaliseren. Ik heb nooit een bal gemist. Omdat ik wist dat consistentie mijn tegenstanders zou uitputten. In mijn tijd was tennis anders. Nu draait alles om kracht. In mijn tijd was het belangrijk dat je degelijk en consistent speelde en dat je gefocust was op elk punt. Voor mij was elk punt een matchpoint.

Is er iets aan het tennis van nu dat wat jou betreft anders zou mogen?

Ik begin het gevoel te krijgen dat ze het schema moeten herzien. Tennis wordt tegenwoordig elf maanden per jaar gespeeld. Er is eigenlijk nauwelijks een echte rustperiode. De wedstrijden worden zwaarder en zwaarder, en we zien steeds meer blessures.
TIENERSENSATIE
Chris Evert, hier te zien op Wimbledon, is al sinds 1971 een kracht in de tenniswereld. Op 16-jarige leeftijd maakte ze haar debuut op de US Open (boven en midden) waarbij ze de halve finale bereikte. Vijf jaar later, in 1976, hees Evert de Venus Rosewater Dish op het Centre Court van Wimbledon.

Je bent een groot kampioene. Je hebt veel strijd geleverd – en nu voer je een andere strijd.

Ja. Ik heb eierstokkanker gehad. Dus ik heb twee operaties en chemotherapie moeten ondergaan. Het is zwaar geweest. Maar ik denk altijd maar dat er miljoenen mensen ter wereld op een dappere manier de strijd met kanker zijn aangegaan.

Je bent ambassadeur geweest voor Pink Pony, Ralph Lauren's wereldwijde organisatie die zich inzet voor kwalitatief hoogwaardige kankerzorg voor iedereen. Deze zomer komt er een documentaire uit die gaat over je rivaliteit en vriendschap met Martina Navratilova, die ook de strijd met kanker aan is moeten gaan. Hoe heeft jouw gevecht met kanker jouw visie op het leven veranderd?

Ik denk dat ik geduldiger ben geworden. Als ik terugkijk, besef ik dat ik op mijn vijftiende al een tennisster was. Iedereen vertelde me hoe goed ik was. En dat is gewoon niet gezond. Het is niet goed voor een kind om dat allemaal te horen, voordat ze een moreel kompas heeft, principes, een persoonlijkheid en haar karakter heeft ontwikkeld. Het is een voedingsbodem voor waanideeën. Als iedereen je telkens vertelt hoe fantastisch je bent, ga je het geloven. Het is niet normaal en ook niet gezond voor een tiener om zoiets te ervaren. Dus nu let ik veel beter op de mensen om me heen. Ik heb meer zelfinzicht. Meer dankbaarheid. Mijn prioriteiten zijn familie en gezondheid. En ik zou elke vrouw aanraden zich te laten testen. Weet je, als je Centre Court op loopt, kom je in de gangen langs een citaat van Rudyard Kipling dat op de muur is geschilderd: “Als voor- en tegenspoed u beide kunnen treffen, en u beide leugenaars hetzelfde weegt,” daar moet ik vaak aan denken.
Gezondheid

Nettowinst

Uit twee onderzoeken is gebleken dat tennis een bijzonder gezonde sport is.

Of u de US Open vorig jaar nu live hebt bijgewoond in het Arthur Ashe Stadium of thuis vanuit uw luie stoel hebt gekeken, het is u wellicht opgevallen dat er iets ongewoons op het iconische blauwe speelveld stond: de zin 'The World's Healthiest Sport'. Een stevige bewering, die u bij een honkbal- of curlingwedstrijd niet snel zult aantreffen. Maar wat is het bewijs? Uit de Copenhagen City Heart Study, gepubliceerd door de Mayo Clinic, waarbij zo'n 8.500 personen tot wel 25 jaar lang werden gevolgd, blijkt dat tennis de levensverwachting met gemiddeld 9,7 jaar verhoogt. Joggen doet dat met een bescheiden 3,2 jaar. De onderzoekers ontdekten dat al dat heen en weer rennen op de baan de conditie en de gezondheid van hart en vaten enorm ten goede komt. Dat komt met name door het grillige, explosieve bewegingspatroon van de sport, dat zo anders is dan bij sporten met een constantere belasting. Tennis verbetert bovendien de wendbaarheid, het evenwicht en de botdichtheid, door de combinatie van slagbewegingen, sprintjes naar de bal en rekoefeningen bij een moeilijke return – bewegingen die verschillen van bijvoorbeeld zwemmen (een andere sport die de onderzoekers onder de loep namen).
En dan is er nog het mentale aspect van het spel. Tennis vereist voortdurend tactisch denkvermogen en het bijstellen van de strategie, wat de zogeheten neurale plasticiteit stimuleert – in tegenstelling tot repetitievere sporten zoals wielrennen. Tot slot vermoeden de onderzoekers dat ook juist het sociale karakter van tennis bijdraagt aan een gevoel van welzijn en betere gezondheid op lange termijn, in vergelijking met meer solitaire sporten: men speelt met een dubbelpartner, staat tegenover een tegenstander, doet mee aan een wedstrijd of aan groepslessen. Opvallend genoeg eindigt badminton als goede tweede; voetbal staat derde, terwijl de overige sporten uit het onderzoek allemaal individuele disciplines zijn. Overigens is het niet alleen de studie uit Kopenhagen die deze bevindingen ondersteunt. Zoals The New York Times eerder dit jaar berichtte, kwamen ook Britse en Amerikaanse onderzoekers tot de conclusie dat het beoefenen van een racketsport hand in hand gaat met een langere levensverwachting.