Waarom honden en stranden zo goed samengaan in The Hamptons.
Door Adam Green
Er is een koan (een paradoxale vraag of uitspraak om rationeel denken te doorbreken) waarin de negende-eeuwse Chinese zenmeester Yunmen aan zijn leerlingen vraagt: “Ik ben niet geïnteresseerd in hoe het vijftien dagen geleden was, maar zeg eens: hoe is het over vijftien dagen?” Zonder te wachten, beantwoordt hij zijn eigen vraag: “Elke dag is een mooie dag.” Op het eerste gezicht een onzinnige uitspraak. Iedereen die de afgelopen tijd bij bewustzijn is geweest en een stabiele internetverbinding heeft gehad, of de film Wicked uit heeft moeten zitten, kan u dat vertellen. Ik ben geboren met een neiging tot melancholie en mijn superkracht is dat ik over bijna alles kan klagen, hoe triviaal ook. Dus het leven accepteren zoals het is – laat staan er vreugde en berusting in vinden, elke 24 uur weer – gaat niet vanzelf. En toch kan ik bevestigen dat, ja, elke dag een mooie dag is – zolang ik op een bepaald moment maar met mijn hond Grace kan gaan wandelen op het strand. Dat is misschien niet precies wat Meester Yunmen bedoelde, maar het is het beste wat ik ervan kan maken.
Mijn gezin en ik hebben het grote voorrecht in Water Mill te wonen, vlakbij een aantal lokale stranden, sommige daarvan met de meest spectaculaire stukken zwembare branding, begaanbare kustlijn en uitgestrekte sneeuwwitte zandstranden ter wereld. Ik heb ook geluk dat Grace mijn metgezel is – een lenige en pezige terriërmix met een wilde vacht en een groot hart – die haar naam eer aan doet terwijl ze over het strand achter een rubberen bal aan stuift, een zwerm sternen opjaagt, de duinen inrent om een verleidelijke geur op te snuiven, fanatiek over een dode vis rolt, of gewoon naast me loopt en af en toe opkijkt om te controleren of ik haar nog in de gaten heb. Ongeacht het seizoen of het weer, ongeacht de tegenslagen en stoten die ik heb moeten incasseren of verwacht te incasseren, kan ik Grace altijd in de auto zetten, naar het strand van Gibson in Sagaponack rijden en me laten opbeuren door de veranderlijke schoonheid van de natuur en de uitzinnige vreugde van Grace.
Voor Grace en mij bevestigt het dagelijkse ritme van ons uur op het strand dat we nog steeds een team zijn en dat ik nog steeds 'haar mens' ben.
Er zijn natuurlijk veel praktische redenen om met een hond een strandwandeling te maken. De eerste is simpelweg het genot van het bewegen van het menselijk lichaam in de natuur – iets wat ik zelden zou doen als Grace er niet was geweest, vooral niet tijdens de koudste, donkerste winterdagen – en de bijbehorende gezondheidsvoordelen. Hoewel CrossFit, yoga en (vóór het vaderschap) surfen lange tijd mijn favoriete vormen van fysieke inspanning waren, maakt wandelen met Grace het halen van mijn dagelijkse doel van 10.000 stappen heel eenvoudig. Het strand heeft ook zijn eigen parallelle sociale leven, voor beide diersoorten, dat meer afhankelijk is van de onderlinge dynamiek tussen de honden dan van de menselijke voorkeuren. Toch vind ik het heel bevredigend om Grace op volle snelheid rondjes te zien rennen met haar vriendjes – een kastanjebruine boxer genaamd Roxie, een zwart-witte hond van gemengd ras die ook naar de naam Roxie luistert, en Sally, een angstaanjagende Norfolkterriër – terwijl wij, hun baasjes, de plaatselijke roddels uitwisselen. De meeste van deze vriendschappen, hoewel vriendschappelijk, halen het niet voorbij de parkeerplaats, een paar opmerkelijke uitzonderingen daargelaten. Een vooraanstaande romanschrijver van in de 80 en zijn vrouw (met hun Franse bulldog, Grischa, een zwaargebouwde dief van rubberen ballen) begonnen mijn vrouw Katie en mij uit te nodigen om bij hen te komen eten op het continentale tijdstip van half negen in de avond, nadat we elkaar hadden leren kennen op het strand van Gibson. En we hebben onze hechte, blijvende band met het stel waarmee we tijdens het hoogtepunt van de Covid-pandemie een bubbel vormden, te danken aan de uren waarin Olive, hun energieke lagotto romagnolo, en Grace speels naar elkaars snuiten hapten toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten.
Maar uiteindelijk heeft de tijd die Grace en ik samen op het strand doorbrengen niets te maken met lifehacks, maar alles met verbondenheid. Toen ik Grace zo'n acht jaar geleden adopteerde, was ik een alleenstaande man met weinig verantwoordelijkheden, behalve de zorg voor onze tweekoppige roedel. Nu ben ik getrouwd met Katie en samen hebben we Helen, een dochter van 3,5 jaar, die – zoals dat met kinderen, en peuters in het bijzonder, gaat – het grootste deel van onze tijd, aandacht en energie claimt, en gelukkig maar. Voor Grace en mij bevestigt het dagelijkse ritme van ons uur op het strand dat we nog steeds een team zijn en dat ik nog steeds 'haar mens' ben. Het helpt me ook te herinneren, mits ik het piekeren lang genoeg loslaat en mijn aandacht volledig richt op het moment, en alles dat in dat moment gebeurt – het wisselen van de getijden en het waaien van de wind, het veranderende licht dat het strandlandschap transformeert, het komen en gaan van de zeevogels, de vreugde van een hondje dat alles uit zichzelf probeert te halen terwijl ze langs de waterkant zoeft met haar oren wapperend in de wind – dat elke dag daadwerkelijk een mooie dag is. Na een leven lang navelstaren, is het een enorme opluchting om te ontdekken dat ik misschien tóch deel uitmaak van de structuur van het universum, maar dat ik zelf niet het hoofdpersonage van het verhaal ben. Het is ook een goede training voor het ouderschap, waarvoor je het welzijn van een ander wezen boven je eigen gevoelens moet plaatsen en voortdurend moet accepteren dat je leven eigenlijk helemaal niet van jou is – of in ieder geval niet helemaal. Nu onze dochter Helen oud genoeg is om Grace en mij te vergezellen tijdens onze uitstapjes naar het strand, kan ik genieten van haar vreugde als ik zie hoe zij deze koan voor zichzelf manifesteert.
Adam Green, auteur voor Vogue en The New Yorker, momenteel bezig met het schrijven van een memoire, woont met zijn gezin in Water Mill.
Meer van
Cultuur
Een klassieke tailgate
Polo mag dan elders zijn ontstaan, maar sinds de sport in de Verenigde Staten voet aan de grond heeft gekregen, is de voorbereiding op het spel verbonden met een typisch Amerikaanse sporttraditie: de tailgate.