De authentieke en tijdloze wereld van Ralph Lauren
Fall 2026
RL/Cultuur

Georgia aan Lake George

Lang voordat ze Ghost Ranch haar thuis zou noemen, trok de jonge Georgia O'Keeffe naar een familiehuis in het noorden van de staat New York. Daar legden haar vroege reflecties op schoonheid en afzondering de basis voor haar relatie met de natuur.
Door Annie Armstrong
Voor een kunstenaar die volop aan het werk is, kan echte rust een kwelling zijn. Voor wie zelf geen kunstenaar is, biedt vakantie juist de gelegenheid zich onder te dompelen in natuur en schoonheid – precies de dingen waar kunstenaars hun inspiratie uit putten. Maar wat moet een kunstenaar als hij of zij is omringd door de natuur en tegelijkertijd geacht wordt te ontspannen? Die paradox was tekenend voor Georgia O'Keeffes verblijf aan Lake George. Voor haar voelde het als vakantie én als een stille verplichting. “Als ik hier geen andere dingen zou hebben die ik nog wil afmaken uit voorgaande jaren,” schreef ze aan haar vriend, de romanschrijver Sherwood Anderson, “zou ik de voorkeur aan Maine geven.”
Foto: National Gallery of Art, Washington, Alfred Stieglitz Collection.
Illustratie: Georgia O'Keeffe. Lake George Blue, 1926. Olieverf op doek, 46 x 76 cm. Privécollectie. © Georgia O'Keeffe Museum.
Hoe ze leefden
O'Keeffes jaren aan Lake George brachten een onverwacht gevoel van onbehagen in haar verhouding tot de natuur aan het licht. Dat zou later doorwerken in enkele van haar meest geroemde schilderijen. Achter de schermen kende ook haar huwelijk met Stieglitz spanningen. Van boven naar beneden: O'Keeffe, in 1918 aan Lake George. gefotografeerd door Stieglitz; het echtpaar in 1932; Stieglitz' foto The Barn uit 1922, met een aantekening die hij datzelfde jaar maakte; Lake George Blue uit 1926, waarin de scherpe visuele tegenstelling tussen het water en het landschap aan de voet van de Adirondacks centraal staat.
O'kEeffe bezocht Lake George – iets meer dan 300 kilometer ten noorden van New York City – tussen 1918 tot 1934 regelmatig. Ze schilderde er vanuit haar slaapkamer op de tweede verdieping van een witte boerderij met houten gevelbekleding. Lake George is een schilderachtig meer met kristalhelder, blauw water aan de zuidoostelijke voet van het Adirondack-gebergte. Dicht op elkaar groeiende hemlocksparren steken uit boven de oevers van het meer, en strekken zich uit over een bos van 12.000 hectare. Voor veel New Yorkers is het de ideale plek om aan de stad te ontsnappen. Voor O'Keeffe was het vooral de plek waar haar echtgenoot, Alfred Stieglitz, een familiehuis had. Dus ging ze erheen en probeerde ze er het beste van te maken.
Deze manier van verbeelden werd voor O'Keeffe een middel om twee kanten van haar beleving uit te drukken: eenzaamheid en claustrofobie; maar ook voor haar vreugde die ze vond in het alleen-zijn en in de natuur.
Toch maakte ze er meer dan 200 schilderijen. Ook Stieglitz kon niet altijd aarden aan Lake George. In een brief aan Anderson schreef ze dat hij 'in topvorm' was en 'werkte als een bever'. In een volgende schreef ze: “Het materiaal dat hij nodig heeft om te werken, is nog niet aangekomen en hij loopt rond als een verloren, eenzame ziel.” (Uiteindelijk maakte hij er in twintig jaar tijd meer dan 300 foto's, waaronder verschillende waarop O'Keeffe in gedachten verdwaald te zien is, zwoegend op haar eigen creatieve proces.) De kunstenaars van de Hudson River School, die tientallen jaen eerder landschappen van hetzelfde gebied hadden geschilderd, trokken juist door het landschap, gedreven door een haast koortsachtige ontdekkingsdrang. O'Keeffe werkte daarentegen jarenlang vanuit dezelfde kamer, waar ze vanaf één vaste plek de seizoenen zag veranderen, zonder haar stoel noemenswaardig te verplaatsen. Glamoureus was het allerminst. “Het is nacht, de krekels zingen en de wind waait,” schreef ze aan de schrijfster Ettie Stettheimer, wier zus Florine als schilderes tot dezelfde modernistische kringen behoorde als O'Keeffe. “Ik geloof dat het hier zelfs eenzaam is.” In een andere brief, aan de kunstenaar Russell Vernon Hunter, schreef ze: “Ik heb de hele zomer niets anders gedaan dan gewacht tot ik weer mezelf zou worden.“ O'Keeffes rusteloze bespiegelingen komen tot uiting in haar schilderijen van Lake George, die ingetogener en somberder zijn dan haar werk uit New Mexico. Maar wat uniek is aan de landschappen die ze in Lake George schilderde ten opzichte van die in New Mexico, is de wisselende seizoenen. Haar indrukwekkendste schilderijen van Lake George tonen de noordelijke bossen in ronde vormen en blauw- en groentinten, die haast stoïcijns afsteken tegen de sfeervolle pasteltinten van Abiquiú. Haar herfstlandschappen zijn daarentegen vurig en haar wintertaferelen sober. De golvende vormen weerspiegelen haar moeizame verhouding tot de tijd die ze daar doorbracht. Ze sprak vaak over het gevoel opgesloten te zitten, maar leek haar aanvankelijke afkeer van de plek gaandeweg te overwinnen. In 1923 schreef ze aan Anderson: “Soms wil ik alles aan stukken scheuren – het lijkt allemaal zo volmaakt.”
Foto: Josephine B. Marks. Georgia O'Keeffe en Alfred Stieglitz bij Lake George, 1932. Kopiedruk, 26 x 20 cm. Georgia O'Keeffe Museum. Gift van de Georgia O'Keeffe Foundation.
Foto: Alfred Stieglitz/Alamy
In het begin van de twintigste eeuw sprak de botanicus Luther Burbank sterk tot de verbeelding van Amerikaanse tuinliefhebbers. Hij hielp het thuis kweken van planten en het tuinieren te populariseren, mede dankzij nieuwe, creatieve bloemsoorten die hij ontwikkelde, waaronder de Shasta-margriet en de vuurpapaver. O'Keeffe leerde zijn werk vermoedelijk kennen via Donald Davidson, de echtgenoot van een nicht van Alfred Stieglitz. Tijdens haar verblijven in de Adirondacks werd Davidson een goede vriend en vertrouweling. Met behulp van Burbanks methoden hielp hij haar om appelbomen in haar tuin te kweken. Appels, petunia's en vooral papavers vormden het onderwerp van enkele van O'Keeffes meest kenmerkende natuurportretten. Ze schilderde ze sterk uitvergroot en van heel dichtbij, in een stijl die later een aantal van haar beroemdste werken zou opleveren. Die beeldtaal wordt vaak geassocieerd met de vlakten van het Amerikaanse Westen, maar ontstond dus al aan Lake George. Op 16 mei 2024 werd bij Christie's een schilderij van een vuurrode papaver, een door Burbank ontwikkelde soort, verkocht voor 16,5 miljoen dollar. O'Keeffe schilderde het in 1928. In datzelfde jaar schreef ze aan Ettie Stettheimer: “Ik vind het fijn als ik weet dat er niemand in de buurt is, en dat het buiten donker en weinig uitnodigend is.” Ook haar geheel eigen abstracte beeldtaal kreeg in deze jaren voor het eerst scherpere contouren. Aan Lake George liet ze haar gedachten de vrije loop. In een lange brief aan Anderson mijmerde ze over vorm: “We zijn met miljoenen – hebben we allemaal een vorm?”, vroeg ze zich af. Ze sloot af met: “Ik raak helemaal in de knoop.” Haar schilderij, Series I, No. 10 uit 1919, is een gelaagd werk in diepe blauw- en zachte groentinten. De herkenbaarste vormen zijn de indigo bergen, met daarvoor een ietwat moerassige begroeiing. Op de voorgrond een spookachtige laag van twee tegen elkaar aangedrukte welvingen, die doen denken aan knieën die je voor je ziet als je in een kano zit. In dezelfde brief schreef ze aan Anderson: “Ik heb het idee dat een werkelijk levende vorm het natuurlijke resultaat is van de poging van een individu om iets levends te scheppen, vanuit het avontuur van zijn geest op weg naar het onbekende.” Deze manier van verbeelden werd voor O'Keeffe een middel om twee kanten van haar beleving uit te drukken: eenzaamheid en claustrofobie; maar ook voor haar vreugde die ze vond in het alleen-zijn en in de natuur. Vanaf de jaren dertig ging O'Keeffe steeds minder vaak naar Lake George, terwijl New Mexico, met name Ghost Ranch, een steeds grotere rol in haar leven in begon te nemen. Ook haar huwelijk met Stieglitz was bovendien moeizamer en complexer geworden. Haar laatste bezoek aan het meer was kort na zijn overlijden – om zijn as aan het meer uit te strooien, tussen de wortels van een boom vlak bij het water. Datzelfde jaar begon ze aan de restauratie van een lemen haciënda in Abiquiú. Het huis zou haar atelier worden en de plek die ze de rest van haar leven haar thuis zou noemen.

Annie Armstrong is voormalig verslaggever en columnist bij Artnet News. Haar werk is verschenen in New York Magazine, The New York Times en GQ.