Een eiland van een man
Hij trotseert al bijna een halve eeuw de meest extreme omgevingen, en begeleidt excursies naar de poolgebieden en andere plekken die de grenzen van het menselijk uithoudingsvermogen op de proef stellen. Hij heeft daarnaast zo'n 30 boeken geschreven, waaronder een nieuwe biografie over Lawrence of Arabia. Vermijd, ondanks dat alles, het gebruik van zijn titel Sir Ranulph Twisleton-Wykeham-FiennesDe avontuurlijke carrière van Ranulph Fiennes heeft hem een overvloed aan onderscheidingen, records, boekcontracten, lezingen, filmprojecten en enthousiaste fans opgeleverd. Fiennes is echter niet de enige die baat heeft gehad bij deze inspanningen. Zijn werk heeft het vervagende imago van de ouderwetse Britse ontdekkingsreiziger hersteld, een traditioneel figuur dat Fiennes waarschijnlijk meer dan wie dan ook in stand heeft gehouden.
Sir Ranulph Twisleton-Wykeham-Fiennes, zoals hij niet graag genoemd wil worden, lijkt uit een ander tijdperk te komen. In letterlijke zin is dat ook zo: veel van zijn voornaamste prestaties zijn verwezenlijkt vóór de komst van mobiele telefoons en gps. Maar 'Ran Fiennes', zoals hij liever genoemd wordt, is ook op andere manieren een beetje in de tijd blijven hangen. Hij is trots en onverbloemd Brits; een Eton-geschoolde baronet; een achterneef van de acteurs Ralph en Joseph Fiennes; en onofficieel bewaarder van de 'stiff upper lip'. Competitieve poolreizen bereikten meer dan een eeuw geleden al een hoogtepunt, maar zeg dat maar niet tegen deze 79-jarige: Fiennes lijkt 'de Noren' net zo'n serieuze bedreiging voor het Britse koninkrijk te vinden als zijn Edwardiaanse voorouders.
Anderen hebben er al opgewezen dat Fiennes een beetje maf is. Koning Charles, die al heel lang fan is van zijn prestaties, noemt hem een van de 'grote excentriekelingen', en niet van het kaliber dat bekendstaat om een gek hoedje. Na een mislukte solopoging om de Noordpool in 2000 te bereiken, zaagde Fiennes zelf vier van zijn pijnlijk bevroren vingertoppen af in plaats van te wachten op een operatie. Zoals hij later uitlegde in één van zijn memoires, wilde hij zijn eigen stropdassen weer kunnen knopen en zijn manchetknopen weer zelf vast kunnen maken. Toen de dode vingers later uit de la van zijn bureau verdwenen, vroeg Fiennes de lezers van The Times of London om hem te helpen ze weer terug te vinden. Ze zijn tot op de dag van vandaag nog steeds spoorloos.
Fiennes, die we onlangs belden – uiteraard via een vaste lijn – op zijn boerderij in Exmoor, op een halve dag rijden ten westen van Londen, vertelt in krachtig feitelijke bewoordingen over zijn ongewone carrièrepad (waaronder het feit dat hij jaren geleden bijna werd geselecteerd om Sean Connery op te volgen als James Bond). De boeken en lezingen die resulteren uit zijn bizarre reizen zijn voor hem simpelweg de manier om zijn rekeningen te betalen, verklaart hij. Hij voegt eraan toe dat zijn beroep minder gevaarlijk is dan het rijden over de Britse snelwegen of op strandvakantie gaan, aangezien dat laatste immers huidkanker kan veroorzaken. Meent hij dit? Volledige zekerheid is niet gegarandeerd. Hij heeft ooit verteld dat zijn favoriete nummer 'Orinoco Flow' van Enya is. Tot voor kort reed hij zelf naar zijn colleges in een oude Ford stationcar, waar hij ook in sliep, terwijl hij zich met zeer hoge waarschijnlijkheid hotelkamers kon veroorloven.
Ranulph Fiennes (bovenaan) komt in 1982 thuis van de Transglobe Expeditie, de eerste poging om een circumpolaire navigatie van de aarde te maken, en (boven) een portret van Fiennes uit 2016
Een foto die Fiennes maakte op Scott Base, Zuidpool, Antarctica, 1979
Charles Burton en Fiennes in de arctische duisternis
Fiennes bereikt in 1982 de Noordpool
Het uithakken van een grot als tijdelijk onderkomen
Burton en Fiennes trekken door een arctische woestenij
Terug naar Antarctica in 1992
Fiennes rijdt nu minder. Hij doet eigenlijk alles minder. “Ik heb last van de ouderdom”, geeft hij toe. Zijn voeten doen pijn; zijn geheugen gaat achteruit. Toen Fiennes 59 was, liep hij zeven marathons op zeven continenten in zeven dagen; nu, 20 jaar later, hoopt hij “een minimum aan beweging” uit zijn onbereidwillige lichaam te persen. Hij maakt geen geheim van zijn fysieke achteruitgang of hoezeer het hem frustreert. “Een ding dat ik echt vervelend vind, is doof worden”, zegt hij. “Dan word je natuurlijk bang voor je vrouw.” Hij verheft zijn stem: “Houd nou eens op met dat gewat!”
Eén ding dat Fiennes nog steeds met veel plezier doet, is boeken schrijven. (Zijn volgende boek – zijn 29ste of 30ste, dat kan hij niet met zekerheid zeggen – heet Around the World in 80 Years, een soort persoonlijke hoogtepuntenreeks van reisverhalen waarvan de publicatie in maart samenvalt met zijn 80ste verjaardag). Sinds hij wat ouder is, schrijft Fiennes ook biografieën over grote ontdekkingsreizigers, met aantekeningen uit zijn eigen relevante ervaringen erin verweven. De eerste was een boos weerwoord op poolhistoricus Roland Huntford's onflatteuze beschrijving van Robert Falcon Scott, de Britse ontdekkingsreiziger die in 1911 de Zuidpool bezocht – slechts enkele weken na Roald Amundsen's ontdekking ervan – en die vervolgens samen met vier reisgenoten om het leven kwam tijdens de terugreis. Huntford's revisionistische verhaal zat 'vol leugens', benadrukt Fiennes. “Het was verschrikkelijk. Ik wist dat het leugens waren, want ik heb hetzelfde gedaan als Scott.” Drie jaar geleden publiceerde Fiennes een biografie over de minder controversiële Engels-Ierse ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton.
Zijn laatste bijdrage aan het genre, die deze maand in de Verenigde Staten uitkomt, gaat over T.E. Lawrence, de soldaat, geleerde en onwaarschijnlijke co-architect van de Arabische opstand van 1916-1918 tegen het met Duitsland geallieerde Ottomaanse Rijk, later door Peter O'Toole op film vereeuwigd. Het boek, getiteld Lawrence of Arabia: My Journey in Search of T.E. Lawrence, is vooral een biografie over het slagveld, vol beschrijvingen van incidenten en licht doorspekt met de herinneringen van de auteur aan de twee jaar dat hij zelf als soldaat diende op het Arabisch schiereiland.
Fiennes heeft zo'n dertig boeken geschreven, waaronder zijn laatste, een biografie over T.E. Lawrence
Fiennes was soldaat in 1967-1968, nog voordat hij ooit op een poolslee had gezeten. Hij was een jonge officier bij de Special Air Service (de Special Forces-eenheid van het Britse leger) en op zoek naar actie. “Ik verveelde me stierlijk en vroeg me op mijn 23ste al af wat ik in vredesnaam met de rest van mijn leven zou gaan doen”, schrijft hij in de inleiding. Toen hij de kans kreeg om in Oman tegen een door de Sovjet-Unie gesteunde marxistische verzetsbeweging te strijden, met beelden van O'Toole's Lawrence in zijn achterhoofd, meldde hij zich onmiddellijk aan.
Verschillen tussen de twee mannen en hun respectievelijke scenario's zijn er in overvloed, maar beide Britten gaven leiding aan Arabische gevechtstroepen en beide hadden een duidelijk talent voor het werken met explosieven. Fiennes kan zich persoonlijk inleven – zoals hij ook in het boek beschrijft – in Lawrence's beklijvende eerste ervaring met het doden van een vijand van dichtbij.
Net als de geopolitieke invloed van Lawrence en zijn landgenoten was ook de man zelf een complex geval: achter het Hollywood-imago van de persoon die in witgouden gewaden door de duinen rent, schuilt een gekweld individu met een zwaar verleden. Fiennes benadert beide onderwerpen met een militaire soberheid. Als ik hem vraag naar Lawrence's rebelse trekjes, herformuleert hij de vraag in simpelere taal: “Hij irriteerde hogere officieren en genoot ervan hen te irriteren.” Deed Fiennes hetzelfde bij zijn meerderen? “Niet bij allemaal, maar bij sommigen wel”, zegt hij. Zijn kijk op Lawrence's veelbesproken seksualiteit is beknopt. “Of [Lawrence en zijn jeugdvriend Dahoum] wel of niet een seksuele relatie hadden, is nu niet meer na te gaan”, schrijft Fiennes. “Afgaande op het aanwezige bewijs, is het duidelijk dat Lawrence worstelde met zijn homoseksualiteit.”
In tegenstelling tot Lawrence, raakte Fiennes pas geïnteresseerd in het Midden-Oosten nadat hij er door de overheid naartoe was gestuurd. Daarna keerde hij acht keer terug naar de regio op zoek naar de verloren stad Ubar. Hij en zijn eerste vrouw, Ginny, maakten deel uit van de expeditie die uiteindelijk de ruïnes vond in het zogeheten Lege Kwartier in het zuiden van Oman. Hij gaf zijn boek uit 1993 over dit avontuur de titel Atlantis of the Sands, een bijnaam die hij van Lawrence leende.
Fiennes' decennialange professionele partnerschap en liefdesrelatie met Ginny, die in 2004 overleed aan maagkanker, is een van de hoofdthema's in Explorer, een nieuwe documentaire over hem. In de documentaire wordt gezocht naar een verklaring voor zijn buitengewone gedrevenheid en wordt mentaal terrein onderzocht waar Fiennes slechts spaarzaam over praat. Zowel zijn vader (die hij nooit gekend heeft) als zijn grootvader vonden hun einde op het slagveld, waardoor Fiennes door zijn moeder en grootmoeder in Zuid-Afrika werd opgevoed. Dit lijkt te hebben geleid tot een eindeloze zoektocht waarin hij probeert indruk te maken op de geesten van zijn voorvaderen. Door zijn opvoeding in zijn vroege jeugd was hij niet voorbereid op de pesterijen op Eton College, een andere mogelijke bron voor zijn levenslange motivatie.
Net als Lawrence was Fiennes gecharmeerd van het Midden-Oosten. Hij bezocht de regio acht keer, op zoek naar de verloren stad Ubar, het Atlantis van de zandvlakten
Na het zien van de film kwam ik tot de conclusie dat de zwaarste periode in het leven van Fiennes zijn zestiger jaren waren. Hij was al met pensioen toen hij de verraderlijke noordwand van de Eiger bedwong, ondanks een linkerhand vol stompjes en beperkte klimervaring. Duizend meter van de top van de Everest kreeg hij een zware hartaanval, maar vier jaar later slaagde hij erin om op 65-jarige leeftijd de hoogste top ter wereld te beklimmen. Fiennes geeft toe dat hij deze krankzinnige uitdagingen aanging om aan zijn verdriet te ontsnappen – aan het gevoel, zoals hij het in de film beschrijft, dat het leven zonder Ginny 'volledig tweederangs' was.
Als ik Fiennes vraag of hij advies heeft voor mensen die een carrière als de zijne willen beginnen, antwoordt hij dat hij nooit van plan was om ontdekkingsreiziger te worden. Hij wilde altijd kolonel worden bij de Royal Scots Greys, het elite cavalerieregiment van zijn vader. Zijn boek over Lawrence gaat deels over zijn eigen acties toen die droom buiten bereik raakte door zijn teleurstellende studieprestaties.
In tegenstelling tot de intellectueel begaafde maar door liefdesproblemen geteisterde Lawrence, werd Fiennes verwarmd door het vuur van een bijna levenslange liefdesrelatie. Hij beweert dat hij zijn pad als ontdekkingsreiziger nooit zou zijn ingeslagen, laat staan zo gepland zou hebben, als Ginny er niet was geweest. “Dat is volledig te wijten aan mijn inmiddels overleden vrouw”, zegt hij.
Het is niet wat je verwacht te horen van dit ogenschijnlijke 'eiland van een man', deze avatar van de stoïcijnse Britse ontdekkingsreiziger. Is dit dan het advies dat hij zou geven, om een copiloot zoals zij te vinden en je daaraan vast te klampen? “Daar kan ik het zeker niet mee oneens zijn”, zegt hij.



