De authentieke en tijdloze wereld van Ralph Lauren
Fall 2026
RL/Sport

Het gouden tijdperk van de woodies

"Hoe de bescheiden stationwagen met houten panelen de officiële auto werd van de North Woods (en surfers uit het Californië van de jaren 60).
Door Josh Condon
Onverwachte inspiratie
Ralph vond de leren stoelen en groene carrosseriekleur van zijn Ford woodie uit 1948 zo mooi dat hij ze als inspiratiebron gebruikte voor het ontwerp van zijn Polo Bar-restaurants. Onder: een Ford-advertentie uit 1976 verwijst naar de gloriedagen van de woodie.
In een smetteloze garage, zo'n uur ten noorden van Manhattan, waar een aantal van 's werelds mooiste auto's staat – een selectie iconische Ferrari's waar Enzo tranen van in z'n ogen zou krijgen, vooroorlogse Bugatti's die glimmen als geslepen onyx – staat een oude stationwagen. Glimmend, jachtgroen, met rondingen die bol staan als een zak appels. Althans, zo ziet het eruit vanaf de andere kant van de garage. Van dichtbij, net als bij een sculptuur van Koons of een NFL-lineman, blijven de verhoudingen herkenbaar, maar lijkt alles ineens enorm uitvergroot. De wagon is zo hoog, zo lang en kolossaal dat hij haast lijkt af te stammen van een schoolbus. Wat zou dan de andere ouder zijn? Op het eerste gezicht... een kledingkast? Dan valt het kwartje: de enorme chromen grille, het zwarte rubber met binnenband en het meterslange glanzende houtsnijwerk zorgen ervoor dat het voertuig zich stevig in je geheugen weet te parkeren. Het is een woodie uit 1948, een vertrouwd decorstuk uit talloze oude surffilms, outdoorcatalogi en vintage advertenties voor herenmode, een rijdend symbool van de naoorlogse economische bloei van het land, zo Amerikaans als apple pie. De auto werd in 1991 aan de garage toegevoegd (waar Ralph's autoverzameling staat) – een gezinsauto te midden van een collectie die vooral draait om snelheid en luxe. Toch is dit juist een auto waarvan Ralph heeft gezegd dat hij zowel 'de sfeer van het leven op het platteland' als 'de droom van de auto' oproept, omdat het voor hem als kind het idee van reizen en vrijheid opriep.
Foto: ullstein bild via Getty Images.
Net als apple pie voert de geschiedenis van de woodie terug naar Europa – om precies te zijn naar de houten koetsen uit het midden van de 19de eeuw, die bekendstonden als 'shooting brakes' en waren ontworpen om jagers, honden en uitrusting over Britse landgoederen te vervoeren. Aan het begin van het gemotoriseerde tijdperk boden de eerste autofabrikanten kopers het absolute minimum: een motor, een chassis en een aandrijving. De carrosserieën waren het domein van in opdracht werkende carrosseriebouwers, die in reactie op de komst van de auto hun koetsontwerpen aanpasten voor deze nieuwe 'paardloze' rijtuigen. Klanten die een gemotoriseerde versie van de shooting brake wilden, kregen een lange, hoge en grotendeels open houten carrosserie, met meerdere rijen bankjes en volop ruimte voor passagiers, huisdieren en bagage. Deze directe voorlopers van de woodie werden in de VS al snel 'depot hacks' genoemd vanwege hun populaire inzet als hotelshuttle aan het begin van de twintigste eeuw. Grote hotels en resorts, van Californië tot de Adirondacks, gebruikten ze om welgestelde gasten van en naar het plaatselijke treinstation te vervoeren ('hack' is een verkorting van 'hackney cab', de Britse term voor een gehuurde paardenkoets, een term die later ook voor auto's werd gebruikt). Veel van deze vroege modellen werden op maat gebouwd op het chassis van de Model T, Henry Ford's oorspronkelijke 'Tin Lizzie', die de overgang naar massaproductie van auto’s versnelde. Maar toen de beroemde autofabrikant uit Detroit in 1927 was overgestapt op zijn nieuwe Model A, was de productietechnologie zo ver gevorderd dat autofabrikanten bepaalde carrosserieonderdelen zelf konden maken. Al snel hoorden daar ook in de productielijn geïntegreerde wagens met houten carrosserie bij. Die waren een betaalbare optie tijdens de eerste decennia van de auto-industrie, toen complexe stalen matrijzen – die nodig waren om metalen carrosseriepanelen te stansen – nog exorbitant duur waren. Sterker nog, voor de vroegste productieauto's was zoveel hout nodig – voor carrosserieframes, vloerplanken, houten spaken, dashboards en nog veel meer – dat Ford ruim 200.000 hectare bos aankocht op het Upper Peninsula in Michigan om aan de houtbehoefte van de lopende band te voldoen.
Foto: ullstein bild via Getty Images.
'En ze noemen het een woodie ...'
Boven: In de jaren zestig kregen woodies in Californië een tweede leven als vervoersmiddel voor longboards; een Ford woodie uit 1937; het interieur van een Ford woodie uit 1946; close-up van een dashboard van een Ford.
Foto: Heritage Images/Hulton Archive via Getty Images.
Maar de woodie werd om veel meer redenen dan alleen verticale integratie een icoon van Americana. Wat begon als een traditie vanuit de koetsenmakerij en de inspanningen van autofabrikanten om de kosten van productiemiddelen te beperken, kreeg in de loop der tijd een veel grotere betekenis. De hybride constructie van staal en hout kwam symbool te staan voor een typisch Amerikaanse combinatie van ambachtelijk vakmanschap uit de Oude Wereld en technologische innovatie uit de Nieuwe Wereld. Aan het begin van de jaren 40 kregen de werkpaarden onder de Amerikaanse woodies, zoals de Ford Deluxe, gezelschap van luxere modellen zoals de Mercury Eight Station Wagon en de Buick Super Estate. Hun houtnerf en zichtbare verbindingen – om nog maar te zwijgen van hun directe verwijzing naar de aristocratische Engelse jachtcultuur – trokken de aandacht van welgestelde en opkomende sportlieden, automobilisten en liefhebbers van het buitenleven. De stationwagen met houten carrosserie werd al snel een reclamesymbool voor luxe toerisme, van de camping tot de golfbaan, waarbij de volgeladen stationwagen zelf het symbool werd van een specifiek Amerikaans ideaal van gezinsvakanties en strak geasfalteerde wegen die zich tot in het oneindige uitstrekten. Maar de Tweede Wereldoorlog maakte abrupt een einde aan de productie van woodies. Ford moest zijn fabrieken in Detroit ombouwen om voorraden voor de strijdkrachten te produceren, en de houtbewerkingsafdeling ging zich onder andere richten op de productie van experimentele zweefvliegtuigen voor geheime missies. Tegen het einde van de oorlog waren productie en technologie zo ingrijpend veranderd dat hout niet langer een kostenefficiënte optie voor carrosserieën was, maar een materiaal dat minder sterk en duurder was dan staal. Bovendien diende zich een nieuwe optie aan: kunststof. (Daarom worden de laatste woodies uit de late jaren 40 – met name de Town & Country-modellen van Chrysler – beschouwd als bijzonder luxueus en zijn ze gewild onder verzamelaars.)
Foto: Michael Furman.
Tegenwoordig kunnen we de woodies bewonderen tijdens prestigieuze autoshows over de hele wereld, waaronder Villa d'Este en de Pebble Beach Concours d'Elegance.
In de jaren 50 was de Amerikaanse autocultuur klaar om de bladzijde om te slaan en de deftige uitstraling van de woodie te verruilen voor de scherpe hoeken en imposante staartvinnen van de auto's van de Jet Age. En toch had de woodie al snel een tweede opleving in Amerika, dankzij de opkomst van de Californische surfcultuur en jonge babyboomers die auto's ontdekten. Begin jaren 60 waren er volop goedkope tweedehands woodies op de markt te vinden – en die waren perfect om een stel vrienden en hun longboards mee te vervoeren. Wat begon als een wagon om hoge heren en chique dames in ruiterjassen naar een herfstjacht te brengen, vervoerde nu twintigers naar Surf City. De natuurlijke uitstraling raakte opnieuw in de mode en de auto werd een symbool van de tegencultuur als reactie op het establishment. Films als Gidget, The Endless Summer, Beach Blanket Bingo en de surfrock van de Beach Boys en Jan & Dean gaven de woodie zijn nieuw gevonden relaxte, hang-loose-uitstraling. Wat nog maar tien jaar eerder het symbool was geweest van een bepaalde elite, met tweed en pijp, was nu het uithangbord van schoolverlaters, surfers en degenen die zich afzetten tegen 'the Man'. Zelden, als al ooit, heeft één voertuig in zo'n korte tijd zo lijnrecht tegenover elkaar staande uiteinden van het maatschappelijke spectrum belichaamd. Tegenwoordig zijn woodies te zien op exclusieve autoshows over de hele wereld, zoals Villa d'Este en het Pebble Beach Concours d'Elegance, waar regelmatig Chrysler Barrelbacks, Packard Stations, Ford Super Deluxes en Mercury-wagons van alle soorten en maten te bewonderen zijn, stuk voor stuk van museumkwaliteit. Hoewel dergelijke auto's bij lange na niet de veilingprijzen halen van bijvoorbeeld Alfa Romeo's van voor de oorlog – de meest onberispelijke en gewilde exemplaren kunnen zo'n 500.000 dollar opbrengen – waarderen verzamelaars ze niet alleen om hun unieke vorm en uitzonderlijk vakmanschap, maar ook om hun bijzondere rol als schakel tussen twee tijdperken in de autogeschiedenis. De Amerikaanse woodie vormt een scheidslijn tussen de Oude en de Nieuwe Wereld en belichaamt de overgangsperiode van traditionele koetsenbouw en de moderne, in de fabriek geproduceerde auto zoals we die nu kennen.
Foto: François Halard.
Is dat wat we hebben opgegeven voor de minivan?
Oorspronkelijk werden ze ingezet om mensen van treinstations naar landelijke luxeresorts te pendelen – vandaar de term 'station wagon' – maar de woodie bleek ook ideaal voor de gezinnen van de jaren vijftig.
En hoewel er zelden over wordt gesproken, reikt zijn invloed veel verder dan dat bepalende moment. Naarmate de moderne auto steeds meer een product werd van kostenefficiëntie en multinationale conglomeraten, werd het verfijnde vakmanschap van de woodie in de stijl van die tijd een soort visueel bewijs van smaak en aandacht voor detail. Dat kwam tot uiting in panelen van vinyl met nagebootste houtnerf, op alles van stationwagons uit de jaren 70 tot de beroemde Jeep Wagoneer, die uitgroeide tot een toonaangevend model binnen de opkomende preppy cultuur. Een groot, ruim en hoog op de wielen staand voertuig met houtlook en een uitgesproken avontuurlijke uitstraling werd nogmaals een teken van smaakvol en sportief bestede vrije tijd – en vormde mogelijk zelfs het begin van de SUV-rage die vandaag de dag de automarkt domineert. Dat wil zeggen: mocht u ooit de uiterst zeldzame kans krijgen om Ralph's garage te bezoeken en daar een kolossale, logge wagon te zien staan tussen de iconische F40's, Count Trossis en Type 57SC Atlantics, dan hoeft u zich nooit af te vragen hoe hij zijn plek aan het firmament heeft verdiend. De woodie is niet zomaar een overblijfsel van de Amerikaanse levensstijl die velen nastreefden, maar een essentieel onderdeel van de moderne mondiale auto – tot en met de laklaag.

JOSH CONDON is schrijver en redacteur gevestigd in Brooklyn, New York.