De authentieke en tijdloze wereld van Ralph Lauren
mei 2026
RL/Cultuur

Een veld vol dromen

Een beroemde foto van Slim Aarons met een groter verhaal dan op het eerste gezicht lijkt.
Door Jay Fielden
Het lijkt zo lang geleden nu – ook al is het dat nog niet echt – dat vrijwel niemand het zich nog herinnert. Maar er was een tijd dat de droom van een beter leven een ander gezicht had. Niet dat van filmsterren of social media-influencers, maar van een totaal andere slag mensen: families met een klinkende naam en een nog klinkender fortuin, wiens bestaan de inspiratie voor een Amerikaans sprookje had kunnen zijn. Neem de grotendeels vergeten familie Sanford uit Amsterdam, New York. Het was de vindingrijke familipatriarch John Sanford die vanaf de jaren 1840, als tapijtfabrikant, de basis legde voor een onwaarschijnlijk glamoureus imperium – en daarmee een vermogen vergaarde dat de Vanderbilts naar de kroon stak. In de generaties daarna breidden de Sanfords hun rijkdom en politieke invloed verder uit: zo hadden drie leden van de familie een zetel in het Amerikaanse Congres. Langs de gehele oostkust van de VS kreeg de naam een reputatie die synoniem stond met adellijke allure. Die reputatie bereikte haar hoogtepunt in de jaren twintig van de vorige eeuw, toen twee nieuwe familieleden bekendheid verwierven – Stephen en Gertrude – die duidelijk voorbestemd waren voor iets nog groters dan het al buitengewone leven dat de familie gewend was.
Stephen 'Laddie' Sanford (boven), gefotografeerd door Slim Aarons in 1955; te paard in Santa Monica, circa jaren 1930.
Stephen – steevast 'Laddie' genoemd – doorliep vanzelfsprekend St. Mark's, Yale en Cambridge, al waren de sociale contacten en sport hem meer waard dan de boeken. Sterker nog, hij was het schoolvoorbeeld van de welgestelde gentleman-atleet, en niets illustreert dat beter dan Slim Aarons' onvergetelijke portret van hem: ontspannen tijdens de rust, op een zonnige namiddag bij de Gulfstream Polo Club in Delray Beach, Florida. Het nummer vier op zijn tenue gaf zijn positie aan als verdediger bij het team dat hij zelf financieel steunde – de Hurricanes. Hij had een handicaprating van 7 (op een schaal van -2 tot 10 een zeldzame prestatie) en gold daarmee als een van de beste polospelers van Amerika in de twintigste eeuw. Ook zijn paarden waren van een uitzonderlijk niveau. In 1922 betaalde hij 22.000 dollar voor een polopony genaamd Jupiter – destijds het hoogste bedrag dat ooit was neergeteld voor een paard.
Zijn andere dure obsessie was de steeplechase: een combinatie van groot geld, serieus gevaar, snelheid en internationaal prestige – de Formule 1 van zijn tijd, maar dan te paard.
Naast zijn actieve rol binnen het familiebedrijf, deed Laddie wat mensen van zijn stand en fortuin nu eenmaal deden: hij bracht elk seizoen op een andere plek door. In de zomer in Palm Beach, voor de polosport. In de herfst reisde hij zijn paarden achterna die op verschillende locaties aan wedstrijden meededen. In de winter was hij in New York, waar hij tijdelijk in de woning van zijn vader verbleef – een meesterwerk van 2.300 vierkante meter in de Beaux Arts-stijl, ontworpen door de beroemde architecten Carrère en Hastings. Het gebouw is een van de laatste nog bestaande voorbeelden uit de Gilded Age, en staat – zo wil het toeval – schuin tegenover de Rhinelander-mansion op de hoek van Madison Avenue en 72nd Street, waar sinds 1986 de flagshipstore van Ralph Lauren zit.
Zijn andere dure obsessie was de steeplechase: een combinatie van groot geld, serieus gevaar, snelheid en internationaal prestige – de Formule 1 van zijn tijd, maar dan te paard.
Daar, in New York, verbleef ook vaak Laddies jongste zus Gertrude. Een origineel prototype van de conventionele society-erfgename, met een rusteloze energie en een neusje voor het Boheemse. Een avontuurlijke persoonlijkheid met een boblijn, die gevaar als passie had. Ze ging op leeuwensafari's in Afrika; sloot zich aan bij de OSS (de voorloper van de CIA) tijdens de Tweede Wereldoorlog; werd gevangengenomen door de Duitsers – en ontsnapte vervolgens uit een gevangenis achter de vijandelijke linies. Die escapades versterkten een reputatie die al lang daarvoor was ontstaan. Toen Gertrude 26 was, schreef haar vriend Philip Barry het toneelstuk Holiday voor Broadway, met een protagoniste die hij baseerde op haar leven van charmante ongehoorzaamheid.
Nog meer roem volgde toen regisseur George Cukor actrice Katharine Hepburn castte voor zijn Hollywood-verfilming. De film, waarin ook Cary Grant een rol speelt, is een van Cukors beste screwball-komedies. Holiday kwam uit in 1933, het jaar waarin de Grote Depressie zijn dieptepunt bereikte. Het land had behoefte om te lachen, aan een opkikker, aan de hoop en het gevoel dat het leven ook anders kon zijn – opgewekt door een onbezorgde wereld van elegante smaak en prachtige decors. Dat is wat de screwball-komedies te bieden hadden – neem It Happened One Night, Bringing Up Baby of His Girl Friday. Maar het waren niet alleen goed gevonden plotwendingen; ze hadden ook scherpe kritiek op het klassensnobisme en de ongelijkheid tussen man en vrouw. Gertrude was het perfecte rolmodel voor zo'n personage: een vrouw die zich niets aantrok van sociale verwachtingen, getrouwd met een man die evenmin knielde voor de maatschappelijke lompheid van het mannelijk gedrag. Later schreef ze, onder haar getrouwde naam Gertrude Legendre. een kleurrijke memoire: The Time of My Life, die – net als vergelijkbare boeken uit die tijd – meer een oefening in zelfmythologie dan in eerlijke zelfreflectie is.
Laddie en zijn vrouw, Mary Duncan
Laddie en zijn vrouw, Mary Duncan
Een portret van zijn zus Gertrude, die de inspiratie vormde voor het personage Linda Seton, gespeeld door Katharine Hepburn, in de filmklassieker Holiday.
Nog meer roem volgde toen regisseur George Cukor actrice Katharine Hepburn castte voor zijn Hollywood-verfilming. De film, waarin ook Cary Grant een rol speelt, is een van Cukors beste screwball-komedies. Holiday kwam uit in 1933, het jaar waarin de Grote Depressie zijn dieptepunt bereikte. Het land had behoefte om te lachen, aan een opkikker, aan de hoop en het gevoel dat het leven ook anders kon zijn – opgewekt door een onbezorgde wereld van elegante smaak en prachtige decors. Dat is wat de screwball-komedies te bieden hadden – neem It Happened One Night, Bringing Up Baby of His Girl Friday. Maar het waren niet alleen goed gevonden plotwendingen; ze hadden ook scherpe kritiek op het klassensnobisme en de ongelijkheid tussen man en vrouw. Gertrude was het perfecte rolmodel voor zo'n personage: een vrouw die zich niets aantrok van sociale verwachtingen, getrouwd met een man die evenmin knielde voor de maatschappelijke lompheid van het mannelijk gedrag. Later schreef ze, onder haar getrouwde naam Gertrude Legendre. een kleurrijke memoire: The Time of My Life, die – net als vergelijkbare boeken uit die tijd – meer een oefening in zelfmythologie dan in eerlijke zelfreflectie is.
Het was een foto van Aarons, met al zijn veelzeggende details: de hond die door het beeld loopt; het paars-gouden tenue dat een knipoog is naar de koninklijke oorsprong van de sport; een trits gehavende mallets die in de laadbak van een oude vertrouwde stationwagon liggen uitgestald.
Zijn andere dure obsessie was de steeplechase: een combinatie van groot geld, serieus gevaar, snelheid en internationaal prestige – de Formule 1 van zijn tijd, maar dan te paard. De Grand National in het Engelse Aintree gold volgens een tijdschrift uit die tijd als “... de gevaarlijkste vier mijl in de paardenrennerij.” En als meest prestigieuze race ter wereld kwam er een publiek van zo'n 100.000 toeschouwers op af, waaronder de koning en koningin. In 1923 stonden er 28 paarden aan de start. Slechts zeven ervan zouden finishen – en voor het eerst in de geschiedenis won een paard van een Amerikaanse eigenaar. De naam van het paard was Sergeant Murphy; zijn eigenaar Laddie Sanford. Om een beeld te schetsen van de impact van dergelijk nieuws: Time magazine zette Laddie in maart op de cover, tussen nummers waarin de Nobelprijswinnende schrijver Joseph Conrad en Mustapha Kemal Pasha, de grondlegger van het moderne Turkije, op de omslag stonden. Uiteindelijk was het echter niet de tijdloze klassieker of de grote trofeeën die Laddie een vaste plek op het ultieme moodboard van de herinnering gaf. Het was een foto van Aarons, met al zijn veelzeggende details: de hond die door het beeld loopt; het paars-gouden tenue dat een knipoog is naar de koninklijke oorsprong van de sport; een trits gehavende mallets die in de laadbak van een oude vertrouwde stationwagon liggen uitgestald. Op een gegeven moment kwam het beeld ook onder de ogen van een jonge stropdassontwerper uit de Bronx, die zijn prille onderneming had vernoemd naar een specifieke internationale ruitersport. Hij zag erin wat hij zelf zocht: iets dat authentiek en ongekunsteld was, moeiteloos en oprecht. En dat bevestigde zijn overtuiging dat kleding niet zomaar kleding is, maar een katalysator voor dromen.

JAY FIELDEN, de voormalige redacteur van Esquire, Town & Country, en Men's Vogue, is schrijver en dichter.