De authentieke en tijdloze wereld van Ralph Lauren
Fall 2026
RL/Cultuur

Buitenstebinnen

Het werd 'twijgenarchitectuur' genoemd, en toen mensen als J.P. Morgan en de Vanderbilts uitgebreide 'boomhutten' lieten bouwen om zich onder te dompelen in de heilzame werking van de wildernis van de Adirondacks, ontstond een uniek Amerikaans idee dat de buitenwereld naar binnen haalde en het interieur naar buiten bracht.
Door Mark Rozzo
Het Adirondack-gebergte, in de staat New York, is een enorm gebied met een diameter van 240 kilometer. Het begon 20 miljoen jaar geleden te rijzen en stijgt nog steeds, met een snelheid van 0,00087 cm per dag, wat neerkomt op 0,32 cm per jaar of ongeveer 32 cm per eeuw. De Adirondacks rijzen sneller dan dat erosie ze kan slijten. Op een kaart ziet het gebied eruit als een enorme groene vlek zonder grote wegen of voorname plaatsnamen. Het bestaat met name uit bergtoppen, meren, beekjes en dichtbegroeide bossen. De Adirondacks waren de eerste Amerikaanse wildernis die goed toegankelijk werd gemaakt, dankzij spoorwegen en de 19de-eeuwse 'robber barons' die ze aanlegden – en die op hun beurt begonnen met de bouw van de beroemde Great Camps.
Foto: Arnold L. Lehman, fotograaf. Met toestemming van de Adirondack Experience Library.
De Great Camps van de Adirondacks zijn net zo 'camp' als de cottages van Newport 'cottage' zijn.
Dit waren de weelderige toevluchtsoorden in het groen van de invloedrijke zakenlieden uit de Gilded Age, de heren achter Standard Oil, United Fruit en de Union Pacific. Alleen al de namen van de kampen roepen beelden op van Americana, maar dan tot stratosferische extremen doorgevoerd: Topridge (het luxe toevluchtsoord van Marjorie Merriweather Post aan het Upper St. Regis Lake), Wild Air, Eagle Island en Pine Knot – de oudste van allemaal. Het is de apotheose van de oeroude Amerikaanse pionierswoning, elegant maar ruw gekapt, doorgaans uitgesproken kolossaal: de blokhut. De Great Camps van de Adirondacks zijn net zo 'camp' als de cottages van Newport 'cottage' zijn. White Pine Camp, aan Osgood Pond, telde maar liefst 26 gebouwen, met twee kassen, tennisbanen, een Japanse pagode en een bowlingbaan. Veel van de oude Great Camps bestaan nog altijd, ofwel al generaties lang in het bezit van dezelfde families, ofwel opgekocht door opeenvolgende golven van vermogende New Yorkers, inwoners van Dallas en anderen die hun kapitaal rijkelijk lieten vloeien. Sommige, zoals Eagle Island, dat ooit eigendom was van de prominente bankier en horlogeverzamelaar Henry Graves Jr., zijn zomerkampen voor kinderen geworden. Hun beeldtaal heeft zich wijd en zijd verspreid – in legendes, in de literatuur en in zo ongeveer elke blokhutachtige vakantiewoning en elk bezoekerscentrum van een nationaal park van Lake Placid tot Lake Tahoe. Zoals kunsthistorica Caroline M. Walsh ooit schreef: ons hele begrip van de rustieke stijl 'werd in de Adirondacks geboren en verfijnd'. Tijdens mijn eigen tochten naar de Adirondacks merkte ik, net als zovelen, dat ik werd verleid door het zwemmen in kristalheldere meren, wandelingen door herfstbossen, lome kanotochtjes in de late namiddag en doelloze autoritten over kronkelende bergwegen. Zoals mijn tienerdochters het zouden zeggen: de Adirondacks hebben een bepaalde vibe. Net zo verleidelijk en vibey is de eigen rustieke meubelstijl van de Adirondacks, geworteld – om het zo maar te zeggen – in de traditie van de Great Camps. We hebben het over van alles en nog wat dat van takken is gemaakt – stoelen, bureaus, tafels, dressoirs, bedden, hoedenrekken en chaise longues, allemaal gemaakt van knoestige, gedraaide takken en stokken. ('De natuur', zoals het gezegde luidt, 'heeft een hekel aan rechte lijnen.') Er is ook boomschors, heel veel schors, meestal van witte berk, verwerkt in allerlei gedetailleerde patronen: strepen, sterren, dambordpatronen, zonnestralen. En dan is er het verfijnde mozaïekwerk met takken, misschien wel de hoogste vorm van houten Adirondack-meubilair. Men neme (in zoverre mogelijk) rechte takken, zaagt ze in de lengte doormidden en brengt ze vervolgens aan in een patroon dat op een houten ondergrond is uitgetekend. Ik zeg 'men' met de nodige voorzichtigheid. Dit werk vereist een waanzinnige hoeveelheid vakmanschap en geduld; voor sommige patronen worden wel tien verschillende soorten hout gebruikt.
Foto: Met toestemming van de Adirondack Experience Library.
HET BOS IN
Van boven naar beneden: De veranda van Camp Pine Knot; Marjorie Merriweather Post samen met haar kleindochter en een bezoeker van Camp Topridge in 1959; het boothuis bij Topridge; een hedendaagse interpretatie van Adirondack-stijl
Twijg, tak, schors, wortel, stam, kegel, blad... bijna elk deel van de boom wordt benut. De variëteit en mogelijkheden die deze natuurlijke materialen bieden, lijken eindeloos. De traditie gaat terug tot het prille begin van het Great Camp-tijdperk, toen William West Durant, van de Union Pacific Durants, de rage aanwakkerde met de bouw van Pine Knot aan Raquette Lake, de voorloper van de Great Camps. Hij verkocht het aan Collis P. Huntington, van de Central Pacific Railroad, en bouwde daarna kampen voor klanten als J.P. Morgan en Alfred G. Vanderbilt. Durant is degene die de uitstraling van de Great Camps richting gaf – massieve blokhutten, details van takken en twijgen, hier en daar ruwe sparrenbast – inclusief het op takken gebaseerde meubilair. Hij liet zich inspireren door het voorbeeld van Alvah Dunning, een lokale natuurgids en kluizenaar die in een met schors beklede hut woonde. Dunning zelf kreeg een afkeer van de toestroom van Gilded Agers en trok steeds verder naar het westen, voor de mensenmassa uit. Voeg daar een vleugje romantiek aan toe, een paar elementen in cottage-stijl, een of twee verwijzingen naar Native Americans, een beetje vlechtwerk, een snufje Stickley, wat Perzische tapijten, een paar snuisterijen uit het Verre Oosten (een Victoriaanse fascinatie), en je hebt de basis van de Adirondack-stijl te pakken. Alles komt samen in een kamer die rond 1885 werd gefotografeerd in Camp Cedars aan Forked Lake, dat eigendom was van een andere Durant, Frederic C. Op die foto zien we de volledige, overdadige hoorn des overvloeds van alles wat typisch is voor de Adirondacks. Er staat een hemelbed van takken, een schommelstoel in cottagestijl, een campagnetafel bedekt met een kleed met franjes, een gevlochten mand van Native American-makelij – die ogenschijnlijk als prullenmand werd gebruikt – en een grote, robuuste open haard met een houten front en latei. De met schors beklede schoorsteen is versierd met Japanse waaiers, en aan het plafond hangt een kroonluchter van Japanse papieren lantaarns. Dit specifieke interieur is zo iconisch dat het in dioramavorm is nagebouwd in het Adirondack Experience-museum in Blue Mountain Lake, tot en met de berenhuiden op de vloer. Taxidermie! Ja! Opgezette dieren – of delen ervan – hoorden er traditioneel ook bij: tegen de muren, uitgespreid op de vloer, aan het plafond of verwerkt in meubels. Deze exemplaren waren afkomstig uit de lokale populatie van beren, herten, elanden, wasberen, vogels en dergelijke. (Soms werd exotische fauna aangevoerd; Brandreth Park, aan Long Lake, was helemaal in safaristijl ingericht, met giraffen, tijgers en leeuwen.) De taxidermisten van de Adirondacks hadden hun handen vol; zo werden ze gevraagd om van de poten van stekelvarkens thermometers of inktpotten van elandhoeven te maken. Soms werden boomtakken verwerkt in het ontwerp van een Great Camp, zowel binnen als buiten – ideaal om opgezette zangvogels of zelfs wasberen op te plaatsen, zoals bij Kamp Kill Kare, aan Lake Kora. Daar stond ook ooit een opgezette berenwelp onder een dakoverstek, waar hij dreigend naar binnen staarde door een slaapkamerraam. Statistisch gezien was Kamp Kill Kare de onbetwiste koploper in de categorie 'dode dieren'. Dit jaar werd het kamp, met een oppervlakte van 400 hectare, verkocht voor 79,5 miljoen dollar.
Foto: Richard Linke, fotograaf. Met toestemming van de Adirondack Experience Library.
Tijdens mijn eigen tochten naar de Adirondacks merkte ik, net als zovelen, dat ik werd verleid door het zwemmen in kristalheldere meren, wandelingen door herfstbossen, ontspannen kanotochten in de late namiddag en doelloze autoritten over kronkelende bergweggetjes.
De onvergetelijk zoete ervaring van een luie zomermiddag in de Adirondacks: wegdommelen in een Adirondack-stoel (een Adirondack-ontwerp zonder takken) op een beschutte veranda, met een verzameling essays van E. B. White binnen handbereik. In de verte klinken de geluiden van kinderen die in het nabijgelegen meer spetteren en zweven de rake klappen van rackets tegen tennisballen op een gravelbaan door de lucht. Het is de typisch Amerikaanse idylle van wellness en recreatie, een ethos van een wildernis die getemd is, al zij het maar net. Het literaire element verdient evenwel aandacht, want de Adirondacks zijn net zo rijk aan literaire betekenis als aan verhalen over robber barons, zwarte beren en berkenbomen. Neem bijvoorbeeld William James, mede-eigenaar van Putnam Camp in Keene Valley, die in de Adirondacks een plek van ontwaken vond. “Het lijkt wel”, schreef de filosoof over zijn verblijven in de bergen, “alsof er een bijeenkomst plaatsvindt in mijn borst van alle goden uit de natuurmythologie en de morele goden van het gevoelsleven.” Of James The Varieties of Religious Experience nu wel of niet aan een bureau van takken schreef, blijft giswerk. James trad in de voetsporen van de zogeheten Adirondack Club, een natuurminnende intellectuele denktank van Boston Brahmins waar onder anderen dichter en abolitionist James Russell Lowell, Harvard-bioloog Louis Agassiz en hoofd-transcendentalist Ralph Waldo Emerson deel van uitmaakten. “Is het waar dat Emerson een geweer meeneemt?” vroeg Henry Wadsworth Longfellow toen hij hoorde over de eerste tocht van de Adirondack Club in 1858. “Dan ga ik niet mee, er zal wel iemand worden neergeschoten.” Er werd niemand neergeschoten, maar de tocht leidde wel tot de oprichting van Philosophers' Camp bij Follensbee Pond, en Emerson schreef een gedicht, The Adirondacs, waarin hij de rustieke dingen prees die troost boden te midden van de wildernis: "Rust hier op scheerling takken, zoals de Sacs en Sioux, / En breng de vreugd die verandering brengt een unanieme groet.” Het gedicht vermeldt ook iemand, vermoedelijk Agassiz, die het brein van een forel woog. Het meest onvergetelijke beeld van een schrijver in de Adirondacks is dat van Ulysses S. Grant, zittend op de veranda van een cottage op Mount McGregor (in een rieten stoel), werkend aan zijn Personal Memoirs terwijl keelkanker hem langzaam van het leven beroofde. De autobiografie werd na Grant's dood, in 1885, een enorme bestseller en droeg net zo veel bij aan de vorming van de Amerikaanse literaire stem als de romans van zijn kameraad Mark Twain. Ondertussen documenteerde een andere schrijvende president, Theodore Roosevelt, 97 vogelsoorten in The Summer Birds of the Adirondacks in Franklin County, N.Y. De Adirondacks spelen een rol in romans van Ian Fleming, Sylvia Plath en Joyce Carol Oates en waarschijnlijk nog in een aantal andere boeken die dit jaar verschijnen.
Dat suggereert dat de Adirondacks een mentale toestand representeren, doordrenkt van onze gedeelde geschiedenis, onze band met de natuur, onze relatie met de wildernis, onze verwachtingen omtrent schoonheid, ecologie en de aarde zelf. Meubels van takken hebben de kracht die lading te dragen. Een stoel van takken haalt de ongerepte natuur naar binnen; als zodanig is hij een voorloper van het streven van het 20ste-eeuwse modernisme om de grens tussen buiten en binnen te doen vervagen. Zo’n stoel symboliseert de overgang van ons beschaafde stadse zijn naar ons wilde, rustieke individu – wat, op een atavistische manier, misschien wel ons ware innerlijke zelf is. Het feit dat deze stoel misschien wat oncomfortabel zit, is onderdeel van zijn esthetiek. Het is een stoel die je overal in de Adirondacks tegenkomt: in antiekwinkels, op rommelmarkten, in Relais & Châteaux-lodges, in de portfolio's van interieurontwerpers uit de Adirondacks en in de ateliers van het handjevol houtbewerkers die ze nog steeds maken. Eén blik op 1stDibs, de online antiekmarktplaats, onthult een levendige handel in van takken gemaakte Adirondack-meubels – een eeuw oud en ouder nog – schommelstoelen van takken, manden van takken, schildersezels van takken, plantentafels van takken, loveseats van takken, bijzettafels van takken: van alles en meer van takken. Als u uw appartement in West Village of uw bakstenen huis in Cobble Hill in echte Adirondack-stijl wilt inrichten, ga uw gang. Maar wees gewaarschuwd: elk van deze erfstukken kan u een bedrag van vijf cijfers kosten. Dit is zeer geliefde Americana, met een prijskaartje dat daarbij hoort. Daar zit iets hartverwarmends in. Van inheemse bomen gemaakte stukken die de wildernis en onze positie daarin uitdrukken – een 'Great Camp', als je geluk had – zijn schatten, zo niet kunst. Ze herinneren ons eraan, zoals de Adirondack-historicus Craig Gilborn schreef, dat “we diep van binnen misschien wel druïden zijn.”

Mark Rozzo is auteur, redacteur bij Vanity Fair en hoofdredacteur bij Air Mail.